Putten

Les 1

Hoe word je een betere “short” putter?

Aan de bar hoor je wel eens: vanaf 2 meter hole ik ze altijd. Maar alleen vandaag niet!
Interessant, want op de PGA Tour holen ze slechts 90% van de 0,91m (3 foot) putts.
Vanaf 1,52 m (5 foot) is het maar 65% en vanaf 3 m (10 foot) is het niet meer dan 20%.

Bij amateurs liggen deze percentages wel wat lager.
Wat heb je nou aan deze statistieken? Dat de kans op een 2 putt per green aanzienlijk groter wordt als je eerste chip/putt binnen de meter van de hole krijgt. Dus ga eerst de lange putts trainen om je handicap te verlagen.

Hoe kan je de korte putts trainen?
In de baan heb je maar 1 kans voor 1 bal. Dus train ook met die gedachte. 5 of 10 ballen van dezelfde afstand/ligging heeft geen zin. Tenzij je iets technisch traint. Bij lange putts is lengte en tempo belangrijk, maar bij korte putts de richting. De richting wordt voor 99%  bepaald door…….? Ja zeker, de putter zelf op impact. Oplijnen van de voeten is ook goed als je die parallel zet aan de puttlijn, maar is beslist geen “must”. Dus de putter bepaald de richting. Wat bestuurt de putter? Je handen/schouder. Het is van belang dat je een grip hebt die bij jou past. Maar ook dat je de juiste stroke maakt. Kom langs bij je pro om dit te checken. En vergeet ook niet even je putter te laten zien. Een face balanced putter helpt je enorm om recht door de bal te gaan.

Op de putting green voor de 1 meter putt:

Oefening 1:

Neem 1 bal en 5 tee’s. Begin op 50 cm afstand van de hole. Verdeel die 5 tee’s rond de hole. Dus elke bal heeft een ander perspectief naar de hole. Heb je alle 5 moeiteloos uitgeholed, ga je 1 putterkoplengte naar achteren. 1 bal gemist, helaas weer opnieuw. Maak de afstand niet groter dan 1 meter.

Oefening 2: 

Hetzelfde maar dan op een schuin gestoken hole. Maak de afstand maximaal 1 meter.Op de putting green voor de 1-3 meter putt:

Oefening 3: 

Kies een plek uit op de putting green waarbij de afstand van de bal naar de hole varieert van 1 tot 3 meter. Leg 5 ballen neer op de putting green en neem voor iedere bal een andere hole binnen de 1 tot 3 meter. 1 bal 1 kans zoals het ook in de baan is.

Houd in gedachte dat maar 65% van de beste ter wereld wordt uitgeholed. Hoe vaker je dit traint, hoe meer het zal resulteren in een betere score. Liever om de dag 20 minuten trainen, dan 1x per week 2 uur achter elkaar. Als je vanaf nu elk rondje dat je speelt je putts noteert, dan heb je bewijs dat: practise makes perfect!!!

 

Les 2

De meesten van ons zijn waarschijnlijk tot laat opgebleven om de ontknoping van de Masters te kijken. En wederom is gebleken hoe belangrijk het putten is om een goede score binnen te brengen. De greens op Augusta zijn erg snel en geonduleerd. De televisie laat de greens op Augusta er “gewoontjes” uitzien maar de ondulatie en snelheid zijn eigenlijk niet met woorden te beschrijven. Hoe kun je het anders vertalen dat de beste spelers in de wereld een 3 putt maken vanaf een meter of 2?

De gemiddelde golfer heeft tussen de 36 en 42 putts per ronde nodig. Mocht je nou, net zoals op de PGA Tour, per ronde een gemiddelde hebben van 28 putts dan zal je al snel 8-14 slagen per ronde van je score af kunnen halen.  Het probleem van de amateur is het maken van 3 putts. De meeste amateurs hebben problemen met het putten van lange afstanden. Dus, de vraag is: Hoe word je een betere “long putter”?

Allereerst. Een betere ‘long putter”worden is een combinatie van een goed “gevoel” en “techniek”. Om een goede “long putter”te worden moet je beschikken over een goed gevoel van afstand en ritme in je stroke. Er moet geen “HIT”in de stroke zitten. The backswing en follow through moeten qua lengte hetzelfde zijn. Dus als je de putter 20 cm. naar achter wegneemt moet deze ook 20 cm. erdoorheen komen. Dit zorgt voor een “pendule stroke”

Dezelfde lengte naar achteren en er doorheen geeft je een “symmetrische stroke”. Hier komt nog bij dat het ritme van de stroke hetzelfde moet zijn in beide richtingen.

Tel in jezelf bij het oefenen van lange putts. Zeg “een en twee”voor een goed tempo. Een punt wat we veelal zien bij slechte “long putters” is het maken van slecht contact. Bijvoorbeeld: Raak je de bal te veel op de teen van de putter dan verlies je hier compressie op de bal mee. En kom je naar alle waarschijnlijkheid  te kort uit.

De meeste 3 putts komen voort uit het missen van de hole aan de lage kant. Of te wel het tekort houden. Het zal al een hoop helpen te zorgen dat de bal in ieder geval boven de hole eindigt. En het liefst zoveel snelheid heeft dat de bal 30 cm. achter de hole eindigt.

Een ander probleem als we te kort van de hole blijven is een “open” clubblad bij het raken. Dit zorgt voor een links – naar – rechts spin op de bal, plus extra loft tijdens het raken. Een goeie tip hiervoor is om wat extra gewicht op uw voorste been te zetten tijdens het adresseren.

De meeste amateurs bewegen hun hoofd en lichaam te veel tijdens de “long putts”. Probeer uw hoofd en lichaam zo stil mogelijk te houden tijdens de lange putts en u zult de bal vaker, met de juiste snelheid, in de “sweetspot”raken. Uiteindelijk is snelheid het belangrijkste element in het worden van een betere putter.

Om een goede “long putter” te worden is het ook van belang om niet te hard in uw grip te knijpen en deze tijdens de stroke constant te houden. Slechte putters knijpen altijd te hard in de grip tijdens de stroke. En natuurlijk veroorzaakt dit die eeuwenoude puttingziekte de yips.

Twee oefeningen die voor u belangrijk kunnen zijn:

Oefening 1:

De rechter hand en arm drill. Putt alleen ballen met uw rechterhand en arm. Dit geeft u een goed gevoel voor ritme en de afstand.

Oefening 2:

Putten naar verschillende afstanden. 1 bal 1 kans. Vervolgens probeert u die 15 meter putt binnen 1 meter van de hole te krijgen.

 

Kortom: Werk aan de snelheid en tempo van uw puttingstroke en u wordt al snel een goede “lag putter” U vind het vast niet erg om de volgende ronde 6 slagen van u score af te halen?